Twee jaar lang sprak socioloog Alex van Dongen met Janus Verhagen, telg uit een beruchte Tilburgse familie. De gesprekken leidden tot een boek waarin Van Dongen het verhaal vertelt van drie generaties smokkelaars en van daaruit van de Tilburgse onderwereld in de twintigste eeuw.

Het boek is hier te bestellen: https://www.picturespublishers.nl/product/de-tilburgse-peaky-blinders/

Kunt u iets over uzelf vertellen? Wie is drs. Alex van Dongen?

In januari 2004 ben ik afgestudeerd als socioloog aan de Universiteit van Tilburg. Mijn afstudeeronderzoek ging over voetbalgeweld. Hiervoor heb ik groepen voetbalsupporters geïnterviewd met een stadionverbod. De rafelrandjes van de samenleving fascineerden mij toen al. Sinds april 2004 ben ik werkzaam bij Novadic-Kentron, een instelling voor verslavingszorg. Ik houd me daar bezig met zowel casuïstiek als onderzoek. Op het gebied van casuïstiek richt ik me veelal op mensen die kampen met verslavingsproblemen maar eigenlijk niets met de zorg te maken willen hebben. Ik probeer ze vervolgens te verleiden om toch een zorgtraject aan te gaan. Mijn onderzoeken kennen steeds een andere focus. Soms gaat het over trends in drugsgebruik en dan weer over knelpunten in het zorgaanbod. Een enkele keer kent het onderzoek een historisch karakter, zoals een artikel over de veronderstelde parallellen tussen de drooglegging in Amerika en de opiumoorlogen in China. Regelmatig heb ik in mijn onderzoeken samengewerkt met gerenommeerde onderzoeksbureaus, zoals Tranzo en het IVO. In vrijwel al mijn onderzoek staat centraal dat ik niet alleen bronnen bestudeer, maar ook contact leg met de mensen waar het echt over gaat. Ook bij de geschiedenis van het smokkelen in Brabant probeer ik alle kanten te belichten. Niet romantiseren of veroordelen, maar de geschiedenis vanuit verschillende invalshoeken belichten.  

Waar komt uw passie voor historisch onderzoek vandaan?

Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen en dan verschillende uitkomsten verwachten”. Deze bekende quote vat eigenlijk in één zin samen wat mij zo fascineert aan historisch onderzoek. Mensen zijn geneigd de paden te bewandelen die vertrouwd voelen, toch verwachten ze vaak ergens anders uit te komen. Ook in mijn onderzoek naar de smokkelgeschiedenis van Brabant valt het op dat de overheid steeds denkt het smokkelen onder controle te krijgen door nieuwe repressieve maatregelen te introduceren en de wetgeving aan te passen. Telkens lijkt het ook even te werken, maar dan duikt het probleem toch weer op in een iets andere verschijningsvorm.

Waar gaat uw onderzoek over?

Smokkelen is omgeven met een waas van romantiek. Er doen veel verhalen de ronde over de tijd dat er nog een echte grens liep tussen Nederland en België. Grote prijsverschillen maakten het de moeite waard goederen illegaal de grens over te brengen. Begin jaren 60 komt er door de landbouwpolitiek van de EEG een einde aan de traditionele smokkelhandel met België. Het smokkelnetwerk verdwijnt daar echter niet mee en het zou niet lang duren voordat dit netwerk wordt ingezet om illegale alcoholstokerijen op te zetten. Later kwamen daar de productie van synthetische drugs en de wietkwekerijen bij.

Wie waren die smokkelaars nu echt? En wie waren hun opvolgers? Prof. Pieter Tops en Jan Tromp stellen in het spraakmakende boek ‘’De achterkant van Nederland’’ dat bepaalde volksbuurten hun eigen ‘’legendes’’ hebben, zoals de vier broers Verhagen in Broekhoven, Tilburg. De broers Peer, Sjef en Janus zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw doodgeschoten en de oudste broer Toon groeit tijdens de bevrijding uit tot de held van de stad. Dit boek brengt hun verhaal, dat van hun kinderen en kleinkinderen tot leven, maar ook dat van een crimineel milieu waaraan het moeilijk ontsnappen is.

Er zijn meer boeken over beruchte families, maar dit boek is geschreven met één van hen. De lezer krijgt hierdoor een unieke inkijk in het reilen en zeilen van de Tilburgse onderwereld in de twintigste eeuw: confrontaties met de politie, de verhoudingen tussen de smokkelaars onderling, de overgang van smokkelen naar andere vormen van criminaliteit etc.

Waarom bent u dit gaan onderzoeken?

Er is recentelijk vanuit de criminologie meer aandacht voor familienetwerken waarin criminaliteit van generatie op generatie wordt doorgeven. Vooralsnog beperkt dit onderzoek zich tot anoniem bronnenonderzoek. Om de Brabantse smokkelgeschiedenis echt te begrijpen is het mijns inziens nodig om niet alleen de bronnen te bestuderen, maar ook de mensen daarachter aan het woord te laten.

Kunt u iets vertellen over waar u bij uw onderzoek tegenaan gelopen bent?

Het bijzondere aan dit boek is dat het van binnenuit is beschreven. Twee jaar lang heb ik elke woensdagmiddag afgesproken met Janus Verhagen, die inmiddels met zijn 75 jaren tevens de oudste kroegbaas is van Tilburg. Ik ging op zoek naar allerlei oude krantartikelen, rechtbankdossiers en andere informatie over de familie. Janus verzamelde oude brieven en verhalen die binnen de familie bewaard zijn gebleven. Regelmatig bleek de informatie uit bijvoorbeeld de rechtbankdossiers niet overeen te komen met hoe het verhaal in de familie is doorverteld of opgeschreven. Aan de andere kant verbaasde het mij dat bepaalde details zo goed zijn doorverteld. Zo wist een zestiger de naam van een wachtmeester te noemen die bij een geweldsincident was betrokken in de jaren 30 van de vorige eeuw. In dit onderzoek is mij duidelijk geworden dat de waarheid niet bestaat, maar wel dat er verschillende zienswijzen zijn op gebeurtenissen. In dit boek worden de verschillende zienswijzen belicht. De lezer mag zelf zijn conclusies trekken.

Wat heeft u ontdekt? 

In dit boek komen de nazaten van smokkellegendes aan het woord. Niet om hun verhalen te romantiseren. Dat doet Janus Verhagen zelf ook niet. Elke generatie van zijn familie had te maken met geweld. Nog in 2000 werden twee van zijn broers doodgeschoten. Dit boek geeft niet alleen op unieke wijze inzicht in de achtergronden van de misdaad in Noord-Brabant en de criminele ontwikkelingen van generatie op generatie binnen een familie, maar geeft ook een exclusief inkijkje in hoe dit van binnenuit is beleefd. Dat maakt het boek historisch interessant en spannend, met daarbij een scherp oog voor sociale aspecten.