Maarten van Boven, voormalig rijksarchivaris in Brabant, werkt aan een boek over de Patriottentijd in Den Bosch en de Meierij. Het was in de periode 1779-1787 bijzonder onrustig in het land. In het huis Zegenwerp, bij Sint-Michielsgestel, kwamen prominente patriotten op bezoek. Ze lieten er boodschappen achter in een album of vriendenboek. Van Boven reconstrueerde aan de hand van dit album de patriottentijd in en rond Den Bosch.

We werken momenteel aan de fondsenwerving om de uitgave van het album, vergezeld van een uitgebreide inleiding, mogelijk te maken. Hier vertelt Van Boven alvast over zijn onderzoek.

Kunt u iets over uzelf vertellen?

Ik ben geboren in Roermond in het laatste oorlogsjaar. Daar volgde ik het gymnasium en ben toen rechten gaan studeren in Groningen. Mijn grote belangstelling ging uit naar de rechtsgeschiedenis. Na mijn afstuderen heb ik daarom gekozen voor het archiefwezen en ben ik werkzaam geweest, onder meer als rijksarchivaris in Noord-Brabant en tot mijn pensionering in 2007 als algemeen rijksarchivaris in Den Haag. Ik woon in Sint-Michielsgestel, de plaats waarin zich ook mijn boek afspeelt.

Waar komt de passie voor historisch onderzoek vandaan?

Voor geschiedenis heb ik altijd grote belangstelling gehad. In het bijzonder voor de turning points en de actoren. Mijn proefschrift uit 1990 behandelt de wording van onze huidige rechterlijke organisatie, grotendeels vanuit het perspectief van de personen die daarbij een belangrijke rol speelden. Zeker na mijn pensionering heb ik mij verder verdiept in de periode 1780-1813, te weten patriottentijd en de Bataafs-Franse tijd.

Waar gaat uw onderzoek over?

Over de patriottentijd in Den Bosch, 1785-1787. In die tijd heerste er een burgeroorlog tussen prinsgezinden en de patriotten, die zich keerden tegen de macht van de stadhouder. In Den Bosch vertaalde zich dat in het verzet tegen de benoemingen van niet-Brabanders in hoge posities, die in strijd waren met de privileges; en in de roep om Brabant als volwaardige provincie van de Republiek te erkennen. De stad stond in die tijd bekend als een patriottenbolwerk. Zelfs vele leden van het stadsbestuur en met name de pensionaris Martini waren patriots. Dat Den Bosch zich zo opstelde tegenover de stadhouder, terwijl een groot orangistisch garnizoen in de stad gelegerd was, is alleen verklaarbaar vanwege steun van buitenaf, te weten de Staten van Holland. Hendrik de Roo, de eigenaar van het huis Zegenwerp onder Sint-Michielsgestel, afkomstig van Dordrecht en een fel patriot, vormde samen met Boudewijn Donker Curtius, advocaat en naaste medewerker van de pensionaris, de connectie met Holland. Na de nederlaag van de patriotten en het herstel van het gezag van de stadhouder werd de stad zwaar gestraft door de plundering van het garnizoen begin november 1787. Het zou nog tot 1795 duren voordat Brabant een volwaardig deel werd van de nieuwe Bataafse Republiek. Mijn onderzoek laat zien hoe in de jaren daarvoor de kiemen werden gelegd voor deze emancipatie.

Waarom bent u dit gaan onderzoeken?

Een van de protagonisten bij mijn onderzoek naar de wording van onze rechterlijke organisatie was de Bossche advocaat Boudewijn Donker Curtius, in die dagen een vooraanstaand rechtsgeleerde, die deel uitmaakte van de verschillende codificatiecommissies in die tijd.

Vele jaren later kwam ik op het spoor van een manuscript met de memoires van Donker Curtius. Hij werd in 1786 verdacht een complot te hebben gesmeed om Staats-Brabant los te maken van de Republiek met behulp van de Hollanders. Dat zou hij beraamd hebben met Hendrik de Roo. Door tijdgenoten en latere historici is dat complot als vals gerucht afgedaan.

Kunt u iets vertellen over waar u bij uw onderzoek tegenaan gelopen bent?

Dat complot hield me bezig, temeer omdat Donker Curtius daarover in zijn memoires heel vaag bleef. De sleutel vond ik in een nauwelijks bekend album van bezoekers van het huis Zegenwerp over de jaren 1779 tot 1787. Het was de gewoonte dat De Roo’s gasten bij hun eerste bezoek wijn dronken uit een kristallen bokaal, waarna ze hun naam schreven in een album, vergezeld van een gedicht of heilwens. Die heilwensen hadden vaak een uitgesproken anti-stadhouderlijk karakter.  Ik zocht uit wie die bezoekers waren. Het was een divers gezelschap: Bossche stadsbestuurders, katholieke én protestantse geestelijken, Brabanders en Hollanders. In de laatste en heftigste jaren van het patriotisme (1785-1787) kwamen op Zegenwerp de nationale voormannen van de patriotten bijeen zoals de Dordtse pensionaris Cornelis (‘Kees’) de Gijselaar, de Dordtse burgemeester Ocker Gevaerts, de predikant François Adriaan van der Kemp, de Friese hoogleraar Johan Valckenaer, de Leidse regent Joost Romswinckel, de aanvoerder van een vrijcorps Abraham Pompe van Meerdervoort en de Friese patriotse broers Johan en Pieter Frederik van Kuffeler.

Daarmee kon ik aantonen dat Hendrik de Roo, over wie tot nu toe nauwelijks iets bekend was, een cruciale rol speelde in de Brabantse patriottenbeweging.

Wat heeft u nog meer ontdekt?

De Roo heb ik bovendien ontdekt als anonieme brievenschrijver in de Post van den Neder-Rhijn. Vanaf 1785 schreef hij verschillende brieven over het patriottisme in Den Bosch en hij trad daarin op als een aanjager van het verzet tegen de stadhouder.

In een ander patriots blad De Politieke Kruyer schreef – eveneens anoniem – zijn vriend de Bossche koopman Arnoldus Vereijck, over het patriotse Den Bosch en de klachten over het garnizoen. Als tegengeluid vond ik een zeer onthullende kroniek van de prinsgezinde secretaris Willem Ackersdijck jr. Die kroniek bleek ook nauwelijks gebruikt door historici.

In het archief van de stadhouder Willem V, in de Koninklijke Verzamelingen te Den Haag, vond ik eveneens onthullende informatie over de Bossche situatie. De stadhouder, die steeds had volgehouden zich niet met de Bossche benoemingen te hebben bemoeid en niets te hebben geweten over de plundering, blijkt wel zeer goed op de hoogte te zijn geweest en ook een actieve rol te hebben gespeeld.

Aan het boek heb ik met vele tussenpozen ongeveer acht jaar gewerkt. Met name de prosopografie van de ruim 200 bezoekers in het album (slechts een naam) was zeer tijdrovend, maar onmisbaar om een helder groepsportret te krijgen van de actoren van het Bossche patriotisme.

Veel dank ben ik verschuldigd aan de huidige bewoners van Zegenwerp, de familie Alting von Geusau, die mij hebben gefaciliteerd bij het maken van de transscriptie van het album. En ook aan Ton van der Sande, emeritus-hoogleraar te Nijmegen die onmiddellijk het grote belang van het onderzoek onderkende voor de geschiedenis van de stad Den Bosch.